Sluitspier blaas



U vindt hier informatie over de bekkenbodem en sluitspieren (urethrale sfincters). Er is een belangrijke relatie tussen de bekkenbodem spieren en de sluitspieren. De bekkenbodem spieren die om de blaas en de plasbuis heen liggen moeten. De werking van de kunstmatige sluitspier. Als je plast zal de blaas zichzelf samenknijpen, terwijl de sluitspier van de blaas, die om de plasbuis heen ligt, zich dan juist moet ontspannen. De blaas is een holle spier die de urine tijdelijk opslaat en vervolgens loost. Onderin de blaas zit de blaashals, daarin de binnenste sluitspier die de blaas.

Sluitspier blaas

Hoe voller de blaas wordt, hoe sterker men het gevoel heeft te moeten plassen (aandrang). Tegelijkertijd moet echter ook de sluitspier van de blaas, die zich om de. Dit kan bijvoorbeeld doordat de sluitspier tijdens een operatieve ingreep is. Tijdens de operatie kan soms ook de sluitspier in de blaashals worden. Bij de verzorging van incontinentie moet de uroloog de functie van de urineblaas en de sluitspier van de blaas onderzoeken om de meest geschikte therapie te. De urine gaat de plasbuis in, die wordt dichtgehouden door twee sluitspieren. De binnenste sluitspier gaat open als de blaas vol is, maar de buitenste kunnen.

De inwendige sluitspier gaat open wanneer de blaas vol is maar de. Als tijdens deze aandrang de druk in de blaas hoger wordt dan de druk in de sluitspieren, dan zal de urine uit de blaas lopen en is er sprake van incontinentie.

Sluitspier blaas

De urethra (plasbuis of urinebuis) loopt van de blaas tot aan het uiterste. Als deze sluitspier in de bekkenbodem wordt beschadigd dan ontstaat er urineverlies. De plas wordt opgehouden door een sluitspier rond de uitgang van de blaas (in de plasbuis). Bovendien werken de bekkenbodemspieren als. De sluitspier (sfincter) van de blaas houdt de plasbuis (urethra) afgesloten totdat de.

Bij goedwerkende urinewegen wordt door de nieren urine geproduceerd en verzameld in de blaas. Ongecontroleerd urineverlies kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer de sluitspier niet meer voldoende kracht heeft, de blaas te sterk of juist helemaal niet meer. Deze sluitspier knijpt zich samen en zorgt ervoor dat de blaas gesloten blijft.